• Zoeken

Reikwijdte rookverbod

In de nota van toelichting van de inmiddels in het Staatsblad gepubliceerde AMvB, kunt u nadere informatie vinden over de reikwijdte van de AMvB m.b.t. rookvrije schoolterreinen.

Op basis van de criteria van artikel 6.4 van de AMvB en de uitleg in de nota van toelichting, kan de onderwijsinstelling zelf beoordelen of op het terrein een rookverbod van toepassing moet zijn.

De NVWA is aangewezen als toezichthouder voor de tabaks- en rookwarenregelgeving, en houdt daarom ook toezicht op de naleving van dit rookverbod. De NVWA kan helaas niet ingaan op specifieke individuele gevallen.

Het rookverbod geldt voor (niet-)bekostigde basisscholen, (niet-)bekostigde middelbare scholen, bekostigde scholen voor middelbaar beroepsonderwijs, bekostigde hogescholen en bekostigde universiteiten.

Internationale scholen (bekostigde afdelingen van reguliere scholen in het primair en voortgezet onderwijs) vallen hier ook onder.

Natuurlijk is het, in het kader van gezondheidsbescherming van de jeugd, wenselijk dat ook onderwijsinstellingen die niet onder de wettelijke verplichting vallen, hun terreinen rookvrij maken.

Het verschilt per onderwijssector of particulier, ofwel niet-bekostigde onderwijsinstellingen, binnen het toepassingsbereik van de AMvB rookvrije schoolterreinen valt. Hieronder is per onderwijssector het toepassingsbereik beschreven. Dit toepassingsbereik is ook te vinden in de AMvB.

Primair onderwijs
Het rookverbod (artikel 10, lid 2a, van de wet, en daarom artikel 6.4 van het besluit) geldt voor scholen als bedoeld in de Wet op het primair onderwijs (hierna: Wpo), dat zijn alle basisscholen en speciale scholen voor basisonderwijs.

Speciaal onderwijs
De Wet op de expertisecentra is een wet voor zowel speciaal onderwijs (denk bijvoorbeeld aan onderwijs voor doven en slechthorenden) door basisscholen, scholen voor voortgezet onderwijs, en een combinatie daarvan. Al deze scholen vallen binnen de reikwijdte van het rookverbod.

Voortgezet onderwijs
Het rookverbod geldt voor alle scholen waar voortgezet onderwijs wordt verzorgd. Artikel 2, eerste lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs (hierna: Wvo) bepaalt dat het voortgezet onderwijs het onderwijs is dat wordt gegeven na het basisonderwijs en na het speciaal onderwijs. Het rookverbod in het voortgezet onderwijs heeft daarmee betrekking op alle door de overheid bekostigde scholen voor voortgezet onderwijs, alle ingevolge artikel 61 Wvo aangewezen inrichtingen voor andere vormen van voortgezet onderwijs en alle niet-bekostigde maar ingevolge artikel 56 Wvo aangewezen scholen waar voortgezet onderwijs wordt verzorgd.

Middelbaar beroepsonderwijs
Bij het middelbaar beroepsonderwijs gaat het om instellingen als bedoeld in de Wet educatie en beroepsonderwijs. Die zijn er in de vorm van bekostigde regionale opleidingscentra (roc’s), vak-instellingen en agrarische opleidingscentra.  Deze bekostigde onderwijsinstellingen vallen binnen de reikwijdte van het rookverbod.

Hoger onderwijs
Onder hoger onderwijs valt zowel het hoger beroepsonderwijs, als het wetenschappelijk onderwijs als bedoeld in de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek. In artikel 6.4 wordt verwezen naar artikel 1.8 van die wet, waarin op zijn beurt wordt verwezen naar de bijlage bij die wet; daarin zijn de bekostigde instellingen genoemd. De bijbehorende terreinen van bekostigde instellingen voor hoger onderwijs rookvrij zullen moeten worden.

Leerlingen en studenten kunnen stage lopen bij bedrijven en organisaties, die geen school of onderwijsinstelling zijn. Plekken die geen school of onderwijsinstelling zijn, vallen niet onder de regelgeving voor rookvrije schoolterreinen. Op grond van artikel 6.4 van het Tabaks- en rookwarenbesluit, hoeft er op deze terreinen dus geen rookverbod te worden ingesteld. Uiteraard kunnen deze stageplekken wel zelf besluiten een rookverbod in te stellen.

Op een campus kunnen naast faculteitsgebouwen en eventuele bedrijven, ook studentenwoningen zijn gevestigd. Deze woningen kunnen in eigendom zijn of beheerd worden door de universiteit, maar zijn niet in gebruik voor onderwijs, en het omliggende terrein (vaak een grasveld of perkje) is niet bij de faculteit in gebruik, maar bij de bewoners van het studentenhuis. Als niet aan alle voorwaarden genoemd in artikel 6.4, eerste lid, van het Tabaks- en rookwarenbesluit is voldaan, hoeft geen rookverbod te worden ingesteld. Artikel 6.4 ziet niet op de “kleine buitenruimte” rondom de flat met studentenhuisvesting.

Bij een campus zal het daarom hoogstwaarschijnlijk gaan om terreinen die rookvrij moeten zijn, afgewisseld met stukken terrein die niet rookvrij zijn. Hierom is het zeer gewenst dat de onderwijsinstellingen in gesprek gaan met andere partijen, om ervoor te zorgen dat er een werkbare, en zo uniform mogelijke, situatie gecreëerd wordt.

Om de niet-roken norm kracht bij te zetten, moet het rookverbod 24 uur per dag, 7 dagen per week ingesteld en aangeduid zijn. Op deze manier maakt de onderwijsinstelling duidelijk dat het rookverbod te allen tijde geldt. Wat betreft handhaving dient het rookverbod gehandhaafd te worden tijdens gebruikstijden van het gebouw en bijbehorende terrein. Dit geldt ook op tijden wanneer het gebouw voor andere doeleinden dan onderwijs wordt gebruikt. Een voorbeeld hiervan is dat een vereniging (delen van) het gebouw huurt na schooltijd.

Op 19 mei jl. heeft de Eerste Kamer ingestemd met de uitbreiding van het rookverbod. Deze uitbreiding zal (naar verwachting) ingaan per 1 juli 2020. Met dit wetsvoorstel is het rookverbod niet meer alleen geldig voor het roken van sigaretten, maar ook voor alle andere manieren van het gebruiken van tabak, zoals bijvoorbeeld verhitte tabak (de IQOS). En ook het gebruik van de e-sigaret wordt verboden op alle plekken waar een rookverbod geldt. Dat betekent dat als het rookverbod voor schoolterreinen per 1 augustus 2020 ingaat, op school- en onderwijsterrein ook het gebruik van e-sigaretten verboden is.

Uit de AMvB rookvrije schoolterreinen volgt dat de beheerder van het gebouw of de inrichting, ook op het bijbehorende terrein van de onderwijsinstelling het rookverbod dient in te stellen, aan te duiden en te handhaven.

 

Uit de AMvB rookvrije schoolterreinen volgt dat de beheerder van het gebouw of de inrichting, ook op het bijbehorende terrein van de onderwijsinstelling het rookverbod dient in te stellen, aan te duiden en te handhaven.

Deze website maakt gebruik van cookies. Wilt u meer informatie over cookies en welke worden opgeslagen? Lees de cookieverklaring. Niet meer tonen.